Reizen in Tanzania is fantastisch en allesbehalve een standaard vakantie. Denk aan vroeg opstaan voor safari, rijden over stoffige wegen, leven op ‘pole pole’-tempo en slapen in lodges midden in de natuur. Of je nu een rondreis door Tanzania plant of meerdere dagen op safari gaat, een goede voorbereiding maakt echt het verschil. Wat moet je regelen voordat je naar Tanzania vertrekt? Hoeveel cash neem je mee en heb je speciale safarikleding nodig? In dit artikel delen we 16 praktische tips voor reizen in Tanzania, zodat jij precies weet wat je vooraf moet regelen en waar je tijdens je reis rekening mee moet houden.
Dit zijn 16 tips en dingen die je moet weten als je gaat reizen in Tanzania
1. Vraag je visum op tijd aan
Voor Tanzania heb je als Nederlandse of Belgische reiziger een visum nodig. Je kunt dit bij aankomst regelen, maar wij raden aan om het vooraf online aan te vragen via de officiële website van de Tanzania Immigration Services. De kosten bedragen 50 dollar per persoon voor een toeristenvisum en de verwerking kan enkele weken duren. Vraag het daarom ongeveer drie weken voor vertrek aan. Doe dit niet veel eerder, want dan kan je visum alweer verlopen zijn. Houd je spamfolder goed in de gaten, want de goedkeuring komt soms daar terecht. Print de bevestiging altijd uit en neem deze mee in je handbagage. Controleer bij het invullen van je paspoortnummer extra goed dat een ‘o’ in je paspoort altijd een nul is. Klopt er iets niet of kun je je visum niet laten zien, dan betaal je bij aankomst opnieuw 50 dollar.
2. Wat is de beste reistijd voor Tanzania?
Tanzania kun je het hele jaar door bezoeken, maar het seizoen bepaalt hoe je reis eruitziet. Het droge seizoen loopt van juni tot en met oktober en is de populairste periode voor safari. De begroeiing is minder dicht, dieren verzamelen zich rond waterbronnen en je spot ze daardoor makkelijker. Wel is het drukker in parken zoals de Serengeti en Ngorongoro en de prijzen liggen hoger. Het regenseizoen loopt van november tot en met mei en zorgt voor een compleet ander landschap. Alles kleurt frisgroen, er worden veel jongen geboren en het is rustiger in de parken. November en december kennen korte, hevige buien, januari en februari zijn vaak weer droger en warmer en maart tot en met mei is de natste periode waarin wegen slechter begaanbaar kunnen zijn. Wij maakten eind januari een roadtrip door Tanzania en hadden vrijwel elke dag zon. Slechts één middag kregen we een lange hevige regenbui waardoor de wegen modderig werden.
3. Spot de Kilimanjaro vanuit het vliegtuig
Vlieg je naar Kilimanjaro International Airport, probeer dan aan de linkerkant van het vliegtuig te zitten. Bij helder weer heb je de kans om Mount Kilimanjaro vanuit de lucht te zien. De top ligt vaak in de wolken, maar met een beetje geluk begint je reis door Tanzania direct met een spectaculair uitzicht. Voor de terugweg kies je juist een stoel aan de rechterkant. Vaak geeft de piloot een seintje wanneer de berg zichtbaar is.
4. Neem een wereldstekker mee
In Tanzania worden voornamelijk stopcontacten van type G gebruikt, dezelfde als in het Verenigd Koninkrijk. Neem daarom een wereldstekker mee zodat je je telefoon, camera en powerbank gewoon kunt opladen. In lodges en tented camps zijn vaak meerdere stopcontacten aanwezig, maar reken er niet op dat er altijd voldoende beschikbaar zijn. Zeker wanneer je met meerdere apparaten reist is een wereldstekker met meerdere USB-poorten handig. Zo ga je altijd met opgeladen telefoon en camera op safari.
5. Ga je ook naar Zanzibar? Vergeet de verplichte verzekering niet
Combineer je een rondreis door Tanzania met een paar dagen Zanzibar? Dan moet je sinds kort verplicht een extra lokale verzekering afsluiten voor je verblijf op het eiland. Deze verzekering staat los van je eigen reisverzekering en is verplicht voor iedere bezoeker, ook als je al goed verzekerd bent. Je vraagt de verzekering online aan vóór aankomst op Zanzibar en ontvangt daarna een bevestiging die je moet kunnen laten zien bij controle. Regel je dit niet vooraf, dan moet je de verzekering ter plekke alsnog afsluiten en dat zorgt alleen maar voor onnodig gedoe. Zorg dus dat je dit vooraf goed regelt voordat je naar Zanzibar reist.
6. Bescherm jezelf tegen muggen en malaria
Malaria komt in delen van Tanzania voor en het is daarom belangrijk om jezelf goed te beschermen tegen muggen. Neem voldoende muggenspray mee met een hoog percentage DEET, want dit is ter plekke niet te verkrijgen. Gebruik het vooral in de avonduren wanneer muggen actief zijn. Lange mouwen en een lange broek in de avond zijn ook aan te raden en in de meeste lodges hangen klamboes boven het bed. Voor reizen in Tanzania is het verstandig om vooraf een consult te plannen bij de GGD om advies te krijgen over malariatabletten. Wij hebben zelf Malarone geslikt. We zagen op tegen mogelijke bijwerkingen, maar hebben gelukkig nergens last van gehad.
7. Pin voldoende cash in Arusha
In Tanzania betaal je veel met contant geld. Hoewel de officiële munteenheid de Tanzaniaanse shilling is, worden prijzen voor safari’s, parken en accommodaties vaak in dollars genoemd en ter plekke omgerekend. Je kunt bij aankomst pinnen bij een ATM buiten de luchthaven. Per keer kun je maximaal 400.000 shilling opnemen, omgerekend ongeveer €150. Per transactie betaal je meestal 5 tot 10 euro aan lokale pinkosten. Buiten Arusha vind je alleen in Karatu en Mto wa Mbu nog pinautomaten, dus zorg dat je voldoende cash opneemt voordat je safari begint. Alleen de entree van nationale parken betaal je verplicht met kaart. Omdat de pinkosten per transactie relatief hoog zijn, kan het voordeliger zijn om dollars mee te nemen vanuit Nederland. Let er wel op dat de biljetten onbeschadigd zijn en van na 2009, anders worden ze niet geaccepteerd.
8. Koop een lokale simkaart bij aankomst
Bij aankomst op Kilimanjaro International Airport kun je buiten op de parkeerplaats bij het rode Vodacom-kraampje een lokale simkaart kopen. Voor ongeveer 35.000 shilling krijg je 5 GB en ze installeren de simkaart direct voor je. Wij zijn normaal gesproken fan van een eSIM omdat je dan bij aankomst alles al geregeld hebt, maar in Tanzania merkten we dat die buiten de steden nauwelijks bereik had. Een lokale simkaart werkt hier betrouwbaarder. Reis je met een gids, dan is een simkaart niet per se nodig omdat je bij de meeste lodges wifi hebt. Ga je zelf rijden, dan is het juist een must zodat je onderweg contact kunt opnemen als dat nodig is.
9. Mto wa Mbu is een slimme uitvalsbasis voor safari
Wil je geen uitgebreide rondreis maken, maar een paar dagen op safari vanuit een vaste uitvalsbasis? Dan is Mto wa Mbu een strategische plek. Vanuit Arusha kun je je laten ophalen, waarna het nog een paar uur rijden is. Eenmaal daar kun je eenvoudig safari’s maken naar Lake Manyara, Tarangire NP en de Ngorongoro krater. Op deze manier ben je minder afhankelijk van een vaste reisorganisatie en kun je je safari’s zelf via je accommodatie regelen. Een fijne plek om te verblijven is Africa Safari Manyara met een heerlijk zwembad om bij te komen na een lange safaridag. Wil je juist een meer lokale ervaring, dan is Mwi Village House een mooie optie. Het is wat eenvoudiger, maar de gastvrijheid en hoe authentiek het is, maakt het verblijf extra bijzonder.
10. Zelf rijden in Tanzania is een avontuur
De meeste mensen die reizen in Tanzania gaan met een gids op pad, maar zelf rijden in Tanzania is ook mogelijk en wat ons betreft een unieke ervaring. Je zit zelf achter het stuur van een 4×4, rijdt over wegen waarvan je niet wist dat ze bestonden en gaat zelf op safari. Het vraagt een portie lef en flexibiliteit, maar de vrijheid en het gevoel dat je ervoor terugkrijgt is ongeëvenaard. Wij hebben uitgebreid geschreven over onze ervaringen. Benieuwd of zelf achter het stuur kruipen in Tanzania iets voor jou is? Lees dan onze ervaringen en tips voor zelf rijden in Tanzania!
11. Neem een goede verrekijker mee
Een verrekijker maakt reizen in Tanzania echt compleet. Een groot deel van je reis draait om safari en het is fantastisch als je dieren tot in detail kunt bewonderen. Met een goede verrekijker zie je dingen die je met het blote oog mist, zoals een luipaard in een boom of een leeuw die half verscholen ligt in het hoge gras. Ga je vaker op safari, dan is een kwalitatieve verrekijker een goede investering. Wij gebruikten de Swarovski CL Pocket 10×25. Een betaalbaarder alternatief is de lichtgewicht Nordwald 8×42 verrekijker.
12. Wat draag je op safari?
Voor een safari in Tanzania is comfortabele en praktische kleding belangrijk. Overdag kan het warm zijn, terwijl het ’s ochtends vroeg en ’s avonds flink kan afkoelen. Kies voor lichte, ademende kleding in neutrale kleuren zoals beige, groen of bruin. Felle kleuren en drukke prints kun je beter vermijden en ook zwart of donkerblauw zijn minder slim omdat deze kleuren meer insecten aantrekken. Een lange broek en een luchtige blouse met lange mouwen beschermen tegen de zon en muggen. Ik draag zelf bijna altijd dunne linnen broeken tijdens safari’s. Die zitten luchtig, geven voldoende bescherming en zijn ook prettig wanneer het wat afkoelt. Dichte schoenen, een pet of hoed en een zonnebril maken je outfit compleet. Speciale safarikleding aanschaffen is niet nodig, grote kans dat je al iets passends in je kast hebt liggen.
13. Wat eet je tijdens een safari in Tanzania?
In tegenstelling tot landen zoals Zuid-Afrika kom je onderweg in Tanzania geen restaurants tegen. Het is gebruikelijk dat je vanuit je lodge een lunchpakket meekrijgt dat je opeet bij een picknickplaats in het park. Wat erin zit verschilt, maar meestal bestaat het uit een broodje of rijst met groenten, een sapje, wat chips, een koek en fruit. Je kunt eventueel zelf nog wat snacks of snoep meenemen vanuit huis. In de ochtend en avond eet je bij je lodge. Zorg dat je altijd voldoende water bij je hebt, want door de hitte drink je meer dan je denkt. In de auto zit vaak een koelbox om je drinken koel te houden en bij picknickplaatsen staat soms een koffiekar. Goed om te weten is dat er nergens prullenbakken zijn, dus neem je afval altijd mee en lever het bij aankomst bij je volgende lodge in. Daar zijn ze aan gewend.
14. Hoe zit het met fooien in Tanzania?
Fooien zijn in Tanzania gebruikelijk en vormen een belangrijk onderdeel van het inkomen in de toerismesector. Het is niet verplicht, maar wordt wel verwacht wanneer je tevreden bent. Reis je met een privégids, dan is ongeveer 10 dollar per persoon per dag een gangbaar bedrag. Zit je met meerdere mensen in één auto, dan kun je ook uitgaan van zo’n 30 dollar per auto per dag om samen te delen. Bij lodges staat vaak een gezamenlijke fooienpot bij de receptie. Het is slim om die te gebruiken in plaats van losse fooien te geven aan bijvoorbeeld iemand die je bagage draagt. Het geld uit de fooienpot wordt namelijk verdeeld onder al het personeel, ook onder de mensen achter de schermen zoals in de keuken.
15. Is reizen in Tanzania veilig?
Tanzania is een van de veiligere landen in Oost-Afrika om als reiziger te bezoeken, zeker wanneer je een rondreis maakt door het noorden en de bekende parken bezoekt. Wij hebben ons tijdens onze reis geen moment onveilig gevoeld en waren er mentaal totaal niet mee bezig. Het voelt over het algemeen ontspannen en de mensen zijn vriendelijk en nieuwsgierig. Omdat wij zelf door Tanzania reisden, merkten we wel dat wanneer we ergens stil stonden, er vaak binnen een paar minuten mensen kwamen kijken. Meestal werd er gevraagd om geld of eten. Nooit opdringerig of vervelend, maar de vraag kwam wel regelmatig. In steden zoals Arusha is het verstandig om in de avond niet alleen over straat te lopen. Maak liever gebruik van een tuktuk of bestel een rit via de Bolt-app.
16. Leer een paar woorden Swahili
In Tanzania spreekt vrijwel iedereen Swahili en het is leuk als je een paar woordjes leert. “Jambo” betekent hallo en tovert bijna altijd een glimlach op iemands gezicht. “Asante” betekent dankjewel en hoor je zelf ook vaak terug als mensen je helpen. En dan is er natuurlijk “Hakuna Matata”, wat letterlijk “geen zorgen” betekent. Een uitdrukking die je in Tanzania elke dag hoort en die perfect past bij de ontspannen sfeer van het land. Nog zo’n woord dat je veel zult horen is “Pole pole”. Dat betekent rustig aan. Het leven gaat hier minder gehaast dan wij gewend zijn. Dingen duren soms wat langer en plannen veranderen. Als je dat accepteert en meegaat in het tempo van het land, wordt reizen in Tanzania alleen maar leuker.